Trajecten van de reis

Veiling Essequebo

Meteen na aankomst van de Eenigheid in de kolonie Berbice schreef kapitein Menkenveld aan zijn contactpersoon in Essequebo. In deze brief informeerde hij naar de prijzen van slaafgemaakten in de kolonie Essequebo. Zijn contactpersoon in Essequebo was Adriaan Spoors, secretaris in dienst van de West-Indische Compagnie (WIC). Op 19 augustus 1762 werden slaafgemaakten van de Eenigheid in Essequebo per veiling verkocht.

Kraamvrouw

Op 18 augustus, een dag voor de veilingen, beviel een van de Afrikaanse vrouwen van een kind. Zij kreeg een dag om bij te komen en werd vervolgens op 20 augustus uit de hand verkocht. Zoals gebruikelijk werd het kind met de moeder verkocht. Zij waren de laatste slaafgemaakten van de Eenigheid.

004 Kleine kinderen aan boord

Verkoop van mensen

Op 19 augustus 1762 werden er twee veilingen gehouden. Tijdens de eerste publieke vendu werden er 80 tot slaaf gemaakte Afrikanen verkocht en tijdens de tweede 40. Ook werden er op dezelfde dag 21 mensen uit de hand verkocht.

In totaal werden er 47 mannen, 58 vrouwen, 15 jongens en 1 meisje verkocht op de veilingen. Verder werden er nog 6 mannen, 10 vrouwen, 3 jongens en 3 meisjes, uit de hand verkocht.

Suiker en wisselbrieven

In de nadere particuliere instructie stelde de MCC voorwaarden aan de betaling van de gekochte Afrikanen:

op conditie de betaling in suyker te doen en aanstonds in uedele schip te laaden of anders in goede wisselbrieven

De MCC liet de kopers in Essequebo de betaling deels in suiker betalen. De betaling diende te gebeuren in drie termijnen. De eerste termijn sloot drie maanden na aankoop. De MCC bepaalde dat deze eerste betaling in suiker diende te gebeuren; tenminste twee oxhoofden suiker per slaafgemaakte.

De compagnie rekende een vaste prijs van 75 gulden voor elk oxhoofd suiker. Bracht de verkoop van de suiker meer op, dan was het verschil voor de koper van de slaafgemaakte. Bracht het oxhoofd bij veiling in Middelburg minder op, dan diende de koper het verschil alsnog bij te leggen. In plaats van suiker mocht ook betaald worden in koffiebonen of andere plantageproducten. Overigens moest de vracht aan boord van het schip worden afgeleverd en werd vervoer en verzekering naar Zeeland in rekening gebracht.

De tweede en derde betalingstermijnen mochten in contanten of in wisselbrieven worden betaald, tenzij de MCC besloot een retourschip voor de derde termijn te sturen. In dat geval diende eveneens in suiker te worden betaald. De laatste twee betalingstermijnen bedroegen elk vier maanden, zodat de gehele betaling binnen elf maanden na aankoop moest zijn voldaan.

In Essequebo werden 121 mensen verkocht, zodat de Eenigheid 242 oxhoofden suiker of andere goederen voor dezelfde waarde aan boord zou moeten krijgen. Dat werden uiteindelijk 176 hele en 17 halve oxhoofden suiker, 84 balen en 5 vaten koffiebonen, en 156 rollen tabak.

Vertrek uit Essequebo

Kapitein Menkenveld schreef in zijn brief van 27 augustus aan de directeuren van de MCC dat hij zijn best deed zo snel mogelijk met het schip, geladen en wel, naar het vaderland te zeilen: “mijn uyterste devoir aanwenden zoo ras moogelijk dat mijn schip zoo stijffgelaeden dat daarmede capabel ben om te zijlen om van hier te vertrekken”. Voor die lading was hij niet bereid elke prijs te betalen: “zoude wel mijn gantsche laeding kunnen krijgen maar de exoorbitante kosten laeten niet toe om daarop te leggen”.

In het meest gunstige geval had de Eenigheid na de eerste betalingstermijn kunnen vertrekken. Dat zou neerkomen op 20 november 1762, drie maanden na verkoop van de laatste slaafgemaakte. Het vertrek moest echter een maand worden uitgesteld. Pas 17 december ontving de kapitein de laatste oxhoofden suiker en zakken koffiebonen. De volgende dag kwam de loods aan boord om het schip stroomopwaarts te loodsen. De loods Jan Willemszoon bracht de Eenigheid voor de monding van de rivier Demerary in Guyana. De boot en de sloep werden ingenomen, waarna de thuisreis kon beginnen.

cartouche-met-West-Indische-plantage-Rijksmuseum-RP-T-1969-6

Plantage in de Caraïben
Fragment van een grote kaart met een plantage in de Caraïben, met verklaring der letters, een overzichtstekening, een alliantiewapen en ornamentaal bijwerk. Tekening op perkament door N. Keiberg, 1700-1800, 28.6×67.2cm. Rijksmuseum RP-T-1969-6.

cartouche-detail-met-West-Indische-plantage-Rijksmuseum-RP-T-1969-6

Plantage in de Caraïben
Detail uit een fragment van een grote kaart van een plantage in de Caraïben. Tekening op perkament door N. Keiberg, 1700-1800, 28.6×67.2cm. Rijksmuseum RP-T-1969-6.

vendulijst_Essequebo_384_0049

Veiling in Essequebo
Eerste pagina van het veilingverslag van slaafgemaakten uit het schip de Eenigheid in Essequebo. Zeeuws Archief, Archief van de MCC, inv.nr 384.