Trajecten van de reis

Ivoorkust en Goudkust

De laatst af te leggen route aan de kust van West-Afrika luidde volgens de instructies van de directeuren van de MCC: van Caap Lahou (nu Grand-Lahou in Ivoorkust) naar Cabo Tres Puntes (Cape Three Points, voorbij Axim in Ghana), en zoveel verder als nodig. Aan de Goudkust, in Ghana, deden zich de laatste mogelijkheden voor handel voor. Het was de laatste gelegenheid voor de inkoop van tot slaaf gemaakte Afrikanen, voordat het schip de Eenigheid begon aan de oversteek over de oceaan. De Eenigheid verbleef hier van 23 februari tot en met begin mei 1762.

Forten

Begin maart naderde het schip de Eenigheid de eerste forten van de WIC aan de Goudkust van Afrika, nu Ghana. Ter hoogte van Caap Aploni ging de kapitein met een aantal bemanningsleden van boord om met de boot vooruit te zeilen, naar Axim. De naam Aploni is een verbastering van Apollonia, de naam die Portugese ontdekkingsreizigers op Sint-Apolloniadag aan de streek gaven. De kapitein ontmoette in Axim waarschijnlijk Jan Pieter Theodoor Huydecoper in het fort, een bezitting van de Westindische Compagnie (WIC).

WIC-dienaren

De leiding over de WIC-bezittingen in West-Afrika was in de jaren 1760-1763 in handen van David Pieter Erasmi. Hij delegeerde aan Jan Pieter Theodoor Huydecoper, Hendrik Walmbeek en Barreveld. Hun namen zijn te vinden in het handelsboek van de Eenigheid. De kapitein kocht van hen slaven, ivoor, water, brandhout en limoensap.

Het handelsboek van de Eenigheid geeft de namen van de contactpersonen en WIC-dienaren in de verschillende plaatsen: Huydecoper in het fort San Antonio in Axim, Barreveld in het fort Batenstein in Butre en Hendrik Walmbeek in het fort St. Sebastian in Shama. Directeur-generaal Erasmi resideerde in het kasteel of fort van Elmina. Deze forten waren enkele tientallen kilometers van elkaar verwijderd.

Het is niet vast te stellen wanneer de kapitein een dienst afnam van de WIC of van particulieren. WIC-dienaren handelden ook op persoonlijke titel, zoals bekend is van Jan Pieter Theodoor Huydecoper. Hij was een telg uit de vermogende regentenfamilie Huydecoper, maar had zelf zoveel schulden gemaakt dat hij naar de Goudkust vluchtte, waar hij in 1758 arriveerde. Zijn doel was in korte tijd rijk te worden. Kapitein Menkenveld kocht in Axim van Huydecoper maar liefst 64 paar olifantstanden.

Enkele jaren later zou Huydecoper promotie maken en als directeur-generaal zijn intrek nemen in het kasteel van Elmina. Hij liet toen een boot de kust afvaren om slaven in te kopen, die werden opgesloten in de kerkers van het kasteel. Bron: Engelen, M., Het kasteel van Elmina (2013 Amsterdam)

Verblijf in Axim

Bij aankomst in Axim groette de Eenigheid met 7 schoten, dat vanaf het fort beantwoord werd met 5 schoten. Kapitein Menkenveld bleef in Axim geruime tijd aan wal, van 4 maart tot en met 20 maart 1762. Hij sprak er ongetwijfeld de Vlissingse kapitein David Sylonimi, die al eerder met zijn schip de Jacob Maria was gearriveerd.

Water en schooven

Voor het bewaren van het water waren watervaten of -tonnen nodig. Daartoe waren ‘schooven’ of bundels duigen meegenomen uit Zeeland. Deze werden aan boord van de Eenigheid in elkaar gezet door de kuipers: opperkuiper Adriaan Hillebrand en onderkuiper Isaac de Vos. Hun werkzaamheden werden door opperstuurman Pruijmelaar in het logboek vermeld met de woorden ‘sloegen een paar schooven op’.

De eerste twee tonnen werden 13 december 1761 in elkaar gezet, toen het schip in de buurt van Monrovia in Liberia lag. Alle overige exemplaren volgden pas 12 maart 1762 ter hoogte van Axim in Ghana, en in de dagen erna totdat het schip begon aan de oversteek aan de Atlantische Oceaan. In totaal maakten de kuipers volgens het logboek 33 watertonnen. Daarnaast werden nog eens 9 lege watervaten in Elmina gekocht.

Behalve tot slaaf gemaakte Afrikanen kocht Menkenveld in Axim het grootste aantal olifantstanden van de hele reis: 64 paar tegelijk. Ondertussen kreeg de boot aan wal een onderhoudsbeurt. Bij vertrek uit Axim loste de Eenigheid nog eens 5 schoten.

Fort Batenstein

Na vertrek uit Axim passeerde de Eenigheid het fort Hollandia, nu Princess Town. De Eenigheid ankerde bij het fort Batenstein in Bacteroe, nu Butre, waar kapitein David Sylonimi net de ankers liet hijsen om te vertrekken.

Na het lossen van 5 kanonschoten ter begroeting, begaf de kapitein zich per sloep naar de wal. In het fort ontmoette hij waarschijnlijk de WIC-dienaar Barreveld, van wie hij Afrikanen kocht.

Dode Afrikanen

Ter hoogte van Fort Batenstein overleed de tweede Afrikaan aan boord. De eerste was verdronken, wellicht in een vluchtpoging bij vertrek uit Grand-Lahou. De tweede, eveneens een man, overleed ‘niet wel bij sinnen zijnde’, aldus chirurgijn Couperus die geen doodsoorzaak kon vaststellen.

Fort Seccondi

Ook het fort Seccondi, nu Secondi-Takoradi, kreeg een welkomstgroet van 5 schoten. Opnieuw zag de bemanning het Vlissingse schip van kapitein David Sylonimi, en opnieuw ging de kapitein aan wal en werden er tot slaaf gemaakte Afrikanen gekocht.

Fort St. Sebastian

In Shama aangekomen ankerde de Eenigheid bij fort St. Sebastian. Hier ontmoette de kapitein wellicht Hendrik Walmbeek, van wie onder andere Afrikanen en limoensap werd gekocht. De Eenigheid bleef langere tijd in Shama, van 27 maart tot en met 11 april 1762. Het schip onderging hier onderhoud.

Een raaskallende kapitein

De kapitein verbleef na aankomst in Shama ziek aan wal. Menkenveld klaagde 28 maart tegen chirurgijn Couperus over pijnlijke ledenmaten, moest overgeven en had koorts. De dagen erna verergerde de koorts en klaagde de kapitein over hoofdpijn, maar die beeldde hij zich als gevolg van de koorts in, meende Couperus. De koorts liep even zo hoog op dat de kapitein begon te raaskallen.

Dode door geweld

Aan boord viel 6 april 1762 de eerste dode als gevolg van geweld. Het aantal gevangenen begon het getal van 300 personen te naderen. Deze mensen waren afkomstig van verschillende stammen, uit verschillende gebieden en konden elkaar niet verstaan. Er werd gevochten aan boord. Bij een gevechtspartij op het tussendek van de Eenigheid viel het eerste slachtoffer. Chirurgijn Couperus liet de man naar boven brengen, naar het kuildek. De man kermde van de pijn. De chirurgijn onderzocht hem en gaf hem verschillende recepten en “liet hem mede met een pluim in de neus kittelen, maar niets helpende, overleed des anderen daags.”

Scheurbuik

Om scheurbuik te bestrijden liet de kapitein limoensap inkopen. Zieken kregen dit toegediend en ook werd hun mond ermee gewassen. Voor een klein meisje aan boord van de Eenigheid mocht het niet baten. Zij overleed 14 april “zeer tenger en swak”.

Palmwijn

Toen de Eenigheid in april met een zieke kapitein vertrok naar Elmina, bleven de twee timmerlieden achter om een lek in de sloep te dichten. De kapitein waarschuwde beiden niet te drinken – volgens Couperus was oppertimmerman Poulus Kemp aan de drank. Toch konden beiden de palmwijn niet laten staan en die zou slecht vallen. Ziek begaven ze zich op weg naar het schip dat inmiddels Elmina had bereikt.

Fort of kasteel Elmina

De laatste stop aan de kust van West-Afrika was het fort of kasteel van Elmina. Hier resideerde de directeur-generaal van de WIC, David Pieter Erasmi. De Eenigheid verbleef geruime tijd aan de kust bij Elmina, van 12 april tot en met 8 mei. Kapitein Menkenveld knapte in deze dagen op.

De Eenigheid was niet het enige Nederlandse schip in Elmina. Op de rede lagen ook het schip de Publicola uit Rotterdam, met kapitein Van Bel en de Jacob Maria uit Vlissingen, met kapitein David Sylonimi. Beide schepen hadden als bestemming Suriname. Andere waren onderweg, zo kreeg de kapitein in Elmina het nieuws dat de kapiteins Den Hollander, Casteleijn en Hermans, aan de Bovencust vertoefden.

Vluchtpoging

In Elmina werden gedurende een halve maand de laatste tot slaaf gemaakte Afrikanen gekocht, dit waren alle mannen. Zoals bij alle slavenschepen, probeerden ook de gevangenen aan boord van de Eenigheid te vluchten. Dat gebeurde gedurende twee dagen, 22 en 23 april 1762. Eerst verdwenen twee mannen zonder dat iemand het opmerkte. De opperstuurman nam aan dat zij overboord waren gesprongen, net zoals de derde man had gedaan. De kans dat de mannen de kust levend bereikten, was gering. Het getij was verraderlijk en de branding gevaarlijk, en er zwommen haaien. Hun vluchtpogingen zullen geresulteerd hebben in zelfmoord.

Inkoop voor de oversteek

Omdat het schip gauw aan de oversteek over de Atlantische Oceaan zou beginnen, werd de tijd in Elmina benut om proviand en goederen voor de slaven in te kopen.

Er kwamen 24 kisten met ‘milie’ of millet aan boord. Dit is gierst, een graansoort. De gevangenen mochten overdag roken, waarvoor 200 pond tabak en 18 gros korte pijpen werden ingeslagen. Deze pijpen met korte steel heetten ook wel ‘slavenpijpen’.

Verder kocht de kapitein limoensap, in totaal 5 aamen (een aam = 155 liter) werden ingeladen. Het sap werkte goed tegen scheurbuik en werd verder gebruikt om het tussendek met de beddingen ermee te besproeien. Dat gebeurde voor het eerst in Grand-Lahou (Caap Lahoe) in Ivoorkust en vervolgens in Elmina.

Om de Afrikanen te kleden werden 80 paantjes of lendedoeken aan boord gebracht.

Voor zowel de slaven als de bemanning moest heel veel water worden ingenomen. Dit werd uit verschillende plaatsen in Elmina geleverd. Het water werd onder andere bewaard in de 33 tonnen, die de kuipers van de Eenigheid aan boord in elkaar hadden gezet, en in de 9 lege watervaten, die de kapitein speciaal hiervoor had gekocht.

Kapitein over de handel

Eind april wikkelde de kapitein de zaken aan wal af en de bemanning maakte zich op voor de oversteek over de oceaan. Om de directeuren in Middelburg op de hoogte te brengen van de laatste stand van zaken, schreef de kapitein 1 en 2 mei 1762 twee brieven. Hij vertelde over de inkoop van de slaven, 326 mensen waarvan er 7 waren overleden, en over de inkoop van ivoor, in totaal ongeveer 1689 kilo olifantstanden en 151 kilo crevellen, kleine tanden of stukken van tanden.

Opnieuw beklaagde hij zich over de prijzen. In Elmina lagen de verkoopprijzen van textiel onder die in het vaderland, schreef hij. Dat er handelsgoederen onverkocht waren gebleven, weet de kapitein aan de aanwezigheid van Engelse handelaren: “de negotie [is] alhier dodelijk … door alle de Engelsche goederen”. Zo bedierven de Engelsen de markt door veel te goedkoop drank te leveren. Zelfs de vraag naar buskruit viel tegen. Eigenlijk verkochten de geweren nog het best van al.
Tot slot had de handel in goud niet veel te betekenen omdat in de binnenlanden werd gevochten – “den oorlog die den negers met malkanderen alhier te lande hebben” –, zodat maar weinig goud de kust bereikte.

uitsnede-Van-Keulen-Anias-Goudkust-1000br

Het schip de Eenigheid aan de Tand- en Goudkust
Tussen de oranje markeringen: de bestemmingen van de Eenigheid uit het laatste deel van het traject langs de kust van West-Afrika, waaronder plaatsen aan de Goudkust. Detail uit een West-Indische paskaart, ca 1728. Zeeuws Archief, Verzameling Beeld en Geluid, inv.nr 636

Fort-San-Antonio-in-Axim-by-Mark-Moxon-voor-web

Fort San Antonio of St. Anthony in Axim, Ghana, 2003
Foto: © Mark Moxon, www.moxon.net

Zeekaart-kust-Guinea,-ZA-Beeld&Geluid-1000br

Paskaart van de kust van Guinea
Claes Jansz. Vooght (1638-1696) te Amsterdam, uitgegeven door Joannes van Keulen (1654-1715) te Amsterdam. Ets en gravure, oud gekleurd en met goud gehoogd, 51.5×58.7cm, editie van circa 1695. De kaart verscheen in ‘De Nieuwe Groote Lichtende Zee-Fakkel, […]’, zeeatlas uitgegeven door Joannes van Keulen, Amsterdam, 1697-1709, en werd tot ver in de achttiende eeuw uitgegeven. Zeeuws Archief, Verzameling Beeld en Geluid, inv.nr 592

detail-uit-Zeekaart-kust-Guinea,-ZA-Beeld&Geluid-inv-592

Deel van de Goudkust dat bezocht werd door de bemanning van de Eenigheid. In het westen het fort van Axim en in het oosten het kasteel van Elmina. Detail uit de hierboven afgebeelde zeekaart van Guinea. Zeeuws Archief, Verzameling Beeld en Geluid, inv.nr 592

burkinafasoreis-M.Velthuis-palmbomen-Elmina

Gezicht op het kasteel Elmina in Ghana
Foto: Marianne Velthuis, www.burkinafasoreis.nl

Meer foto’s van het kasteel Elmina in Ghana