Introductie

Veelgestelde vragen

Extra uitleg

Hier vind je extra uitleg bij antwoorden op veelgestelde vragen.

Werking van de blog

Scheepsnavigatie

Bemanning aan boord

Geld, rekeningen en gewichten

Handel

Slaafgemaakten aan boord

Werking van de site

Waarom is de tekst niet naar modern Nederlands vertaald?

We hanteren voor het ‘vertalen’ van de geschreven tekst de gebruikelijke transcriptieregels. We hebben ervoor gekozen om de tekst in het Nederlands te transcriberen, zodat je snel kunt lezen wat er staat. De Engelse tekst is vertaald in modern Engels. Het kan soms lastig zijn om het Nederlands uit de 18e eeuw te lezen, ook al is het getranscribeerd, maar het geeft wel weer hoe men toen schreef.

Waar kan ik zien hoeveel slaven er zijn gekocht?

Op de hoofdpagina met de kaart en de route staat onder aan het scherm een tijdsbalk. Daaronder wordt per dag een aantal gegevens vermeld, zoals het weer, de windrichting en -kracht, de tot dan toe afgelegde afstand. Langs de kust van West-Afrika is hierin het aantal slaafgemaakten aan boord te volgen.

Lopen de dagen van de week in het heden parallel aan de dagen van week van het logboek?

Nee, deze lopen niet gelijk op, 12 januari viel bijvoorbeeld op een dinsdag in 1762, en op een zondag in 2014.

Is er een bouwtekening van het schip?

We hebben de oorspronkelijke bouwtekeningen van het schip helaas niet meer. Gelukkig konden we met behulp van informatie uit de scheepsdocumenten en andere bronnen een reconstructie bouwen. Zie Schip de Eenigheid.

Navigatie

Waarom verschilt de positie van het schip die in het logboek wordt gegeven van die van de tijdbalk?

Dit komt omdat de hedendaagse coördinaten en die van het logboek niet overeen komen. De coördinaten uit het logboek verschillen op twee manieren van de hedendaagse coördinaten: er werd een andere nulmeridiaan gebruikt, en ze maken geen gebruik van negatieve getallen. De nulmeridiaan van Greenwich werd pas vanaf de 19e eeuw gebruikt. De in het logboek gebruikte nulmeridiaan ligt op 16°40, het hedendaagse Tenerife (Canarische Eilanden). De genoteerde coördinaten uit het logboek zijn hier op aangepast. Verder hanteerde het logboek lengtegraden van 360 graden in plaats van 180 Oosterlengte en 180 Westerlengte. Ook deze zijn gecorrigeerd.

Hoe verhouden de hedendaagse coördinaten zich tot de coördinaten uit het logboek?

Zie bovenstaand antwoord.

Waarom verschilt de positie van het schip die in het logboek wordt gegeven van de positie op de kaart?

De opperstuurman kende de nulmeridiaan van Greenwich niet (die is veel later ingevoerd) en had geen moderne navigatiemiddelen. Hij kon de positie niet exact berekenen, maar slechts bij benadering. Daarnaast is de oude kaart uit het einde van de 17e eeuw geen exacte weergave van de werkelijkheid – ten opzichte van vandaag konden kaartenmakers vroeger de situatie slechts bij benadering geven. De nulmeridiaan van Greenwich werd pas vanaf de 19e eeuw gebruikt. De in het logboek gebruikte nulmeridiaan ligt op 16°40, het hedendaagse Tenerife (Canarische Eilanden). Alle genoteerde coördinaten uit het logboek zijn daarom aangepast.

Het was voor ons onmogelijk na te gaan in hoeverre de oude kaart van de huidige situatie afwijkt. De stip op de oude kaart geeft de positie dus bij benadering aan, hoewel deze slechts enkele minuten van de opperstuurman kan afwijken. Rekening houdend met de navigatiemethode van toen en met gebruikmaking van andere onderzoeksgegevens, zijn we uitgekomen op de positie in de balk. Dit is dus ook een positie bij benadering.

Zie ook De reis op de kaart.

Vanaf welke 0-meridiaan word er gerekend in het logboek en op de kaart?

Zie bovenstaand antwoord.

Welke afstand legt het schip per dag gemiddeld af en waarom lijkt dit volgens het logboek soms zo weinig te zijn?

De afstand die het schip gemiddeld aflegt verschilt per traject van de reis. Tijdens de reis naar Afrika lag dit rond de 110 km per dag en tijdens de oversteek naar Amerika zelfs op 125 km per dag. Het handelen bij Afrika echter nam veel tijd in beslag en vaak lag het schip meerdere dagen of zelfs weken stil. Het gemiddelde ligt daarom rond de 9 km per dag.

Bemanning aan boord

Wat gebeurde er met het gage van een overleden bemanningslid?

Het loon van een overleden bemanningslid werd tot op de dag dat hij had gewerkt, uitbetaald aan de familie. Zijn  goederen werden geveild onder de bemanning. De opbrengst was bestemd voor de familie van de overledene, met aftrek van gemaakte kosten, zoals bijvoorbeeld het saluutschot bij het overboord zetten van het lichaam. Van de verkoop van de goederen van een overleden bemanningslid zijn verschillende voorbeelden te vinden, zie bijvoorbeeld 24 december 1761 en 2 januari 1762 . Deze documenten kun je vinden onder het kopje ‘Context’ boven de betreffende blogpost.

Waarom is er geen logboek van de kapitein?

Kapitein Menkenveld heeft het logboek laten bijhouden door zijn opperstuurman Daniël Pruijmelaar.

Kwam de bemanning wel aan land?

Allicht zullen de matrozen aan land hebben kunnen gaan in de havens die de Eenigheid aan deed, vooral in Europa en de Caraïben. In West-Afrika zal dit minder het geval zijn geweest, aangezien het schip handelde via kano’s, en vaak geen gelegenheid had om echt land aan te doen. Wel wordt de boot gebruikt. Zie bijvoorbeeld de timmerlieden die de boot naar Elmina moesten roeien ter reparatie en de handelsexpedities per boot van de kapitein of stuurman met een aantal bemanningsleden.

Was er ook vertier aan boord in de vorm van muziek, zingen of spelletjes?

Volgens de inventaris waren er twee trommels aan boord van de Eenigheid. Eén of meerdere opvarenden van de Eenigheid zal/zullen de functie van ‘tamboer’ hebben vervuld. De tamboer gaf signalen bij de wisseling van de wacht en wanneer een vaartuig van boord voer, aan land kwam of van andere schepen aan boord kwam. Op sommige schepen gingen ook een of meerdere trompetters mee. Spelletjes werden ook gedaan aan boord, vaak waren dat schertsspelen of toneelspellen, waarin situaties werden nagespeeld. Kaart- en bordspelen werden ook gedaan (soms was kaarten op zondag verboden), gokken en dobbelen waren verboden.

Hoe werd er met het christelijke geloof omgegaan aan boord van het schip?

Dit verschilde. Zondagen golden gewoon als handelsdagen (zie bijvoorbeeld zondag 10 januari, 1762). Verder weten we dat de kapitein instructies meekreeg voor het houden van godsdienstige oefeningen of bijeenkomsten tijdens de reis en voor het houden van gebed. Het gebed werd ’s ochtends en ’s avonds gehouden: ’s avonds om zes uur en waarschijnlijk ’s ochtends ook om zes uur. Iedereen diende hierbij aanwezig te zijn. Wie niet present was of zich misdroeg, betaalde een boete van 6 stuivers, bestemd voor de ‘zeevarende armen’.

Over andere godsdienstige oefeningen doet de opperstuurman geen verslag in zijn logboek, ook niet over mogelijke extra aandacht voor kerst. Dat wil niet zeggen dat er geen godsdienstige oefening of bijeenkomst is geweest tijdens de christelijke hoogtijdagen. Kerkelijke kerstviering was vanaf het begin van de 18e eeuw (rond 1700) algemeen gebruikelijk; het Nieuwjaar werd al vanaf 1583 op 1 januari gevierd.

Waarom werden de dekken met limoensap besprenkeld?

Dit was vooral een maatregel ter verbetering van de hygiëne. Eenmaal per dag kregen de slaven bovendeks hun maaltijd, waarna het tussendek waar ze vastgehouden werden helemaal schoon geschrobd werden, soms dus met limoensap.

Waarom werden er soms verklaringen afgelegd door de scheepsraad?

Elk verlies en/of schade aan handelsgoederen, verlies van slaafgemaakten en schade aan het schip zelf moest door de kapitein worden verantwoord aan de directeuren in Middelburg. Als het niet zijn schuld of die van de leden betrof, werd als bewijs een verklaring door de raad en eventuele ooggetuigen opgesteld en ondertekend. Hierdoor kwam de rekening aan het eind van de reis niet op het conto van de kapitein.

Geld, rekeningen en gewichten

Hoe zit het precies met de geld-berekeningen en munteenheden?

In de 17e en 18e eeuw gebruikte men voor het noteren en rekenen guldens of ponden Vlaams:

  • 1 gulden = 20 stuivers
  • 1 stuiver = 16 penningen
  • 1 pond Vlaams = 20 schellingen
  • 1 schelling = 12 groten of penningen
  • 1 Pond Vlaams is 6 guldens.

Voor meer informatie over het rekenen hiermee, zie Handelsboek.

Waarom lijken de bedragen in sommige rekeningen niet te kloppen?

Omdat men een andere onderverdeling en notering van de munteenheid kende. Zie Handelsboek.

Waarom werden er soms breuken gebruikt in de rekeningen?

In de boekhouding rekende men bij de prijzen van bijvoorbeeld koperen artikelen met een bedrag per pond gewicht (bekend als de eenheid ‘libra’, afgekort lb.). Doordat men met een kleine eenheid rekende kwam het bedrag soms op een gebroken getal per eenheid. Voorbeeld: 2 x 11 stuivers en 15/16 stuivers = 22 en 30/16 stuivers. Vandaar het gebruik van de breuken. De verwarring kan ontstaan doordat men de dubbele punt soms als komma leest.

Waarom wordt de waarde van geruilde goederen in het logboek met geld aangeduid? Bestond er soms een geldeconomie langs de kusten van Liberia, Ivoorkust en Ghana?

Alle handelsgoederen die de Eenigheid meenam om te ruilen werden omgerekend in geld in de handelsboeken. Op die manier kon de kapitein goed verantwoording afleggen aan de directeuren van de MCC. Ook de geruilde goederen voor slaafgemaakten werden omgerekend in geld, zoals genoteerd aan het eind van de rekening. Er bestond dus niet per se een geldeconomie langs de West-Afrikaanse kust al wel werden de goederen gestandaardiseerd door de kapitein.

Wie werd door de directeuren van de MCC in Middelburg aansprakelijk gesteld voor het verlies van slaafgemaakten?

Dit weten we niet precies. De kapitein was hoofdverantwoordelijke van de gehele reis, en moest dus verantwoording afleggen aan de directie in Middelburg. In geval de kapitein geen schuld droeg aan verlies/schade van goederen werden er ooggetuigenverklaringen opgesteld en ondertekend door de leden van de scheepsraad als bewijs. Deze verklaringen hadden echter betrekking op de slaafgemaakten.

Vanaf 10 Februari (Grand-Lahou, Ivoorkust) worden er plotseling gewichten bij de goederen vermeld. Waarom?

Aan dit stuk van de kust werd door de bewoners alleen in goud gehandeld. Alle goederen moesten daarom naar hun waarde in goud worden omgerekend, en dat kan alleen door middel van gewichten.

Handel

Waarom lijkt het soms alsof het schip op de kaart niet of nauwelijks verplaatst is?

Dit betekent dat het schip langere tijd op één locatie verbleef. De Eenigheid paste twee handelsstrategieën toe voor het inkopen van slaafgemaakten: voor het grootste gedeelte van de reis kocht de kapitein een klein aantal slaafgemaakten per locatie in, waarna het schip weer doorreisde. Deze slaafgemaakten waren vaak goedkoper, maar het reizen was minder efficiënt. Als tweede alternatief bleef het schip daarom soms voor langere periodes op grotere handelsforten langs de route, zoals bijvoorbeeld Settra Kru (Liberia), Grand Lahou (Ivoorkust) en Elmina (Ghana). Deze forten handelden zelf in slaven, waardoor kapiteins grotere groepen slaafgemaakten tegelijkertijd kon inkopen. Dit was natuurlijk gezien de tijd efficiënter, maar de slaven waren duurder.

Het schip vaart erg langzaam langs de kust om slaafgemaakten te kopen. Waarom?

Zie bovenstaand antwoord.

Waarom komen de tellingen van aangekochte slaven in het logboek sinds 23 januari 1762 niet meer overeen met die van het handelsboek?

De berichtgeving in het logboek komen vanaf eind januari 1762 niet altijd meer overeen met die in het handelsboek. Het handelsboek werd pas achteraf samengesteld, terwijl het logboek iedere dag werd bijgehouden. Dat is ook te zien aan de verschrijvingen van de data in het handelsboek. Gedurende de reis komt het regelmatig voor dat er verschrijvingen plaatsvinden of dat de dagaantallen in het logboek en in het handelsboek niet met elkaar overeenkomen of zelfs in het logboek niet eens meer worden vermeld. Uiteindelijk, aan het eind van de reis, blijkt de telling en de betaling in het handelsboek wel te kloppen.

Moesten alle ruilgoederen verkocht worden?

Dit was natuurlijk wel de bedoeling, maar bij verscheidene reizen lijkt dit niet goed te lukken. Zie het onderste gedeelte van de pagina  Aan de Ivoorkust voor een voorbeeld van onverkochte of te duur ingekochte goederen. Daarnaast werden goederen ook geruild tegen eten en water voor de bemanningsleden en slaafgemaakten.

Waaruit bestond de ballast en waarom was ballast nodig?

Ballast wordt ingenomen om het schip stabiel te kunnen houden door het meer diepgang te geven. De ballast van de Eenigheid bestond onder andere uit onbewerkt ijzer en watervaten. Het lijkt misschien alsof 300 slaven en bemanning genoeg gewicht zouden geven voor stabiliteit, maar de slaven bevonden zich daarvoor te hoog op het schip, tussendeks.

Hoe werden de goederen aan boord opgeslagen?

De goederen werden in genummerde vaten ingepakt. Deze vaten werden in het ruim en tussendek gezet, in de te verwachten volgorde van handel (sommige goederen waren bedoeld voor specifieke regio’s in West-Afrika). Zie ook Cargazoen.

Hoeveel ruilgoederen kon de Eenigheid aan boord hebben?

Zie Cargazoen en Equipage voor de lijsten van alle goederen die mee gingen.

Wat is de waarde in goederen die voor een slaafgemaakte werden betaald in West-Afrika?

Zie Resultaat voor cijfers en informatie over de inkoop van slaafgemaakten in West-Afrika. Wat betreft specifieke informatie per slaafgemaakte: dit stond in het ‘Memoriael’ (handelsboek). Het handelsboek kan online worden geraadpleegd via de archiefinventaris onder inventarisnummer 384.

Slaafgemaakten aan boord

Waar lag de leeftijdsgrens tussen vrouw en meisje, man en jongen, kind en klein kind?

De leeftijdsgrens tussen een volwassene en een jongen of meisje lag ongeveer rond het 17e jaar, terwijl die tussen kleine kinderen, die aan boord bij de moeder bleven, en tussen een jongen of meisje rond het 13e jaar lag.

Werden er ook baby’s (0-1 jaar) gekocht?

Ja. Af en toe werden er moeders met hele jonge kinderen aangekocht. Ook komt het een paar keer voor dat een vrouw aan boord van het schip een kind baart (zie bijvoorbeeld 23 Feb, 1762; 22 juni 1762; 18 aug 1762).

Werd er ook gekeken aar de samenstelling van de slaafgemaakten aan boord?

De kapitein hield dit goed in de gaten. Mannen en jongens waren vaak duurder dan vrouwen en meisjes.

Wie vertegenwoordigde de slaafgemaakten aan boord van het schip? 

In het archiefmateriaal van de Eenigheid is er geen verwijzing naar een specifieke ‘vertegenwoordiger’. Wel weten we van andere driehoeksreizen dat er soms een Afrikaan vrijwillig meereisde als ‘bomba’ om de communicatie tussen de slaven en de bemanning te vergemakkelijken. Hij kreeg hiervoor het gage van een matroos.

Weten we ook of de slaafgemaakten aan boord mishandeld werden?

De behandeling van de gevangenen kon per reis en per kapitein verschillen. De instructies aan de kapitein bevatten één alinea over de behandeling van slaafgemaakten aan boord:

“Wij gebieden u nadrukkelijk geen misbruik of mishandeling van de slaven toe te staan, niet door de officieren en niet door het scheepsvolk. Wanneer dat toch gebeurt, dan zult u daarvan aantekening maken. De overtreder zal door de scheepsraad gestraft worden, mogelijk met confiscatie van de gage.”

Voor de rest moeten we afgaan op verslagen van bijvoorbeeld de scheepschirurgijn Gallandat.

Is er ook een opstand geweest? Hoe werd dit voorkomen door de bemanning?

Aan boord van de Eenigheid is geen opstand voorgekomen. De kapiteins van de MCC werden geïnstrueerd de slaafgemaakten goed te behandelen. Tijdens de volgende reis van de Eenigheid, met Daniël Pruijmelaar als kapitein, vond er wel een opstand plaats.

Is het bekend of er bij de slaafgemaakten inderdaad de vrees bestond dat zij opgegeten zouden worden?

Dit idee komt in de literatuur veel voor, maar we hebben in onze archiefstukken er niets over aangetroffen.

Hoe konden slaafgemaakten overboord springen als ze in het tussendek gevangen zaten?

De slaafgemaakten zaten niet de hele tijd vast benedendeks. Elke dag mochten ze buiten aan dek zitten – in Afrika zelfs best lang. In het verslag van de haaien bijvoorbeeld, blijkt dat de slaafgemaakten op de reling van het schip konden zitten en zelfs handel dreven met Afrikanen. Voor meer informatie over de slaafgemaakten en de indeling van het schip, zie Slaven.

Waarom komen de verslagen van de opperstuurman en de chirurgijn niet altijd overeen?

Het logboek van de opperstuurman is meestal meer accuraat omdat het elke dag is opgemaakt. De chirurgijn maakte zijn journaal later op. De chirurgijn zal bijvoorbeeld geweten hebben dat er op 22 april drie slaafgemaakten na elkaar waren overleden en hij heeft ze alle drie op 22 april gezet in plaats van twee op 22 en één op 23 april, zoals de opperstuurman in zijn logboek heeft genoteerd.