’s Morgens en voormiddag doodtstil, met den dag setten onse boodt uijt en tuijgden hem toe en waren geresolveerdt om na de rivier te zenden om te zien wat voor een rivier dat was en om tussenbeijden ons schip wat op te redden met touwen en paardtlijnen en terwijl dat ’t stel was met de bijl, in de voormiddag ging de boodt van boordt, wij haalden ons dagelijks touw op en staken ’t in ’t anker en de paardlijn daarvan onder en mieken ’t daaronder schoon en zetten ’t dagelijks anker af van de boeg en staken de boeijreep op, op dato is er een manslaaf overleden, No. 27, voordts platvoetwagt goedt weer, labber coelte uijt ’t NO, ’s nagts buijege lugt tot ’s morgens.

