Weggedreven vaten

West-Afrika

Verklaring scheepsraad

No. 4

Comt verclaringe op het snaauwschip D’Eenigheijdt wegens elf weggedreven ledige aamHouten vat of ton, houdende ongeveer een aam vochtaamen op de cust van Guinee Africa 1762

Wij ondergeschreven officieren in dienst der edelachtbare heeren directeuren van de Commercie Compagnie der stad Middelburg in Zeeland, bescheiden op het snaauwschip D’ Eenigheijd verclaren ter requisitie van onsen captain Jan Menkenveldt en die het verder soude mogen aangaan,

so verclaren wij ondergeschreven officieren op den april5 junij 1762 waren met gemeld schip geankerd ter rheede ShamaGhanaChama alwaaren door een sware travaat uijt den oostnoordoosten, ook uijt den oosten, verseld met harde wind en hooge zee wij met voornoemd schip met twee ankers voor de boeg dreven.

In welke travaat ook gebeurde twee van ons in dienst hebbende watercanoos sijn omgeslagen, ook weggedreven en ook wederom opgevist, waarbij wij ondergeschreven elf van onse wateraamen hebben verlooren, waarvan door onsen gemelde captain Jan Menkenveld, alsdoe leggende ter rheede Elmina CastleGhanaD’Elmina, negen watervaten sijn gekogt, also wij deselve niet misschen konde en nodig voor scheepsgebruijk hadden.

Sluijtende wij ondergeschreven hiermede onse verclaring, gevende reden van wetenschap als in den text presenteerende nader eed (is ’t nood).

Actum binnen scheepboord van voornoemd snaauwschip D’Eenigheijd desen 12 meij 1762.

Opperstuurman, Daniël Pruijmelaar

Onderstuurman, J.Schutz

Derdewaak, Adriaan de Puijt