N. 19
Junij den 18 dito klaagde mij een mansslaaf over pijn op de borst, hoeste, hadde een sterke pols, haalde sijn adem beswaarlijk, bevond een pleuris en peripneumonialongontsteking met ontsteking van het borstvliesperipmeunoia, ordonneerde aanstondts een aderlating venasectio, lag mede een smeerzalfceroon van ’t hars en komijnlabdanum et cumine op de pijnlijke zijde, gaf aan hem ok ’t mixtura sudorificans (voorsch. 9) waarvan alle 3 uuren een teekopje gaf, gaf hem verders van ’t aposema (voorsch. 10) waarvan hem alle half uuren een kroesjevol gaf, maar geen uitspouwing willende volgen, overleed den 23 dito.
N. 20
Den 23 junij overleed een meijsje, was altoos mager en schraal, heb noeit aan haar iets kunnen bespeuren eenige siekte alsdat se volkomen uitteerde, heb enige weken agter elkander aan haar ’t elixer alcoholisch aftreksel van saffraan, aloë en mirre volgens Paracelsus proprietatis gegeven met spiritus van hertshoorncum spiritus cornus cervi, maar de vermagering bleef bij, liet haar tussenbeijden nog eens purgeeren
- R/ Pulvis rhei [rabarberpoeder]: ℈ II
- Cremor tartari [room van wijnsteen]: ℈ I
- Fac pulvis [maak een poeder].
Verviel op ’t laast aan den afgang, dog dat ik telkens stopte, dog alle middelen aangewendt hebbende en reets volkomen uitgeteert zijnde, soo overleed op voornoemde dato.
N. 21
Den 23 dito beviel een vrouslaaf in de kraam van een meijsje, had lange seer onpasselijk geweest, kreeg een sterke afgang, had een swaare kraamvloeijing, ook ’t menstruorum witte vloedflux album, gaf se drie- en viermaalen ’s daags ’t navolgende:
- R/ Laudanum liquidum Sijdenhami [kruidenmengsel op basis van opium, verbeterd door de Engelse arts Thomas Sydenham (17e eeuw)]: gutta, mv. guttaedruppelguttae XXX
- Aqua cinamoni [kaneelthee]
- [Aqua] foeniculi [venkelthee]: ana ʒ ß
Ook somtijtdts een glaasje wijntint, gaf se ook van ’t decoctum (voorsch. 8).
N. 23
Een mansslaaf, out en bejaardbedaagt zijnde, klaagde mij den 23 dito over benautheijt op de borst, hoeste, maar loste geen fluimen, was seer beset op de borst, lag een smeerzalf ceroon van ’t pleister met een soort harsemplastrum de labdano, gaf hem ook van ’t decoctum (voorsch. 8), ook ’t navolgende eclegma (voorsch. 11) waarvan hem dikmaals liet likken.
Voorschrift 8: Om van te drinken in swaare dorst, heete koortsen en in alle brandige ziekten.
R/ Fiat decoctum [vloeistof]
- Herba altheae [leverkruid]
- [Herba] menthae [pepermunt]
- Cornu cervi rasparati [geraspte hertshoorn]: manupulum unam
- Radix liquiritiae [zoethoutwortel]: ℥ I
- Aqua communis [gewoon water]: quantum sufficit
- Spiritus nitri dulcis [spiritus aetheris nitrox, ethylnitriet]: guttae XXXX
- ℥ uncia = ons = 8 drachmen, dus ongeveer 31 g
- āā en ān: en ānn = ana (Gr.) neem van elk evenveel
- man: = manupulus = een handvol
Voorschrift 11: Om van te lekken in hoest, pleuris, borstziekten en benaude ademhaling.
R/ Fac eclegma[maak een likkepot]
- Balzamum peruvianum [balsem uit Peru, zwak ontsmettende werking]: ʒ I
- Oleum anisi [anijsolie]: guttae XX
- Mel guinee [honing uit Guinea]
- Sijrupus altheae [heemstsiroop]: ℥ II
- ʒ drachme = 3 scrupel, dus ongeveer 4 g
- ℥ uncia = ons = 8 drachmen, dus ongeveer 31 g






