N. 21
Den 23 dito beviel een vrouslaaf in de kraam van een meijsje, had lange seer onpasselijk geweest, kreeg een sterke afgang, had een swaare kraamvloeijing, ook ’t menstruorum witte vloedflux album, gaf se drie- en viermaalen ’s daags ’t navolgende:
- R/ Laudanum liquidum Sijdenhami [kruidenmengsel op basis van opium, verbeterd door de Engelse arts Thomas Sydenham (17e eeuw)]: gutta, mv. guttaedruppelguttae XXX
- Aqua cinamoni [kaneelthee]
- [Aqua] foeniculi [venkelthee]: ana ʒ ß
Ook somtijtdts een glaasje wijntint, gaf se ook van ’t decoctum (voorsch. 8) maar doordien de afgang en kraamvloeijing sterk bleef aanhouden, soo overleed den 26 dito.
Voorschrift 8: Om van te drinken in swaare dorst, heete koortsen en in alle brandige ziekten.
R/ Fiat decoctum [vloeistof]
- Herba altheae [leverkruid]
- [Herba] menthae [pepermunt]
- Cornu cervi rasparati [geraspte hertshoorn]: manupulum unam
- Radix liquiritiae [zoethoutwortel]: ℥ I
- Aqua communis [gewoon water]: quantum sufficit
- Spiritus nitri dulcis [spiritus aetheris nitrox, ethylnitriet]: guttae XXXX
- ℥ uncia = ons = 8 drachmen, dus ongeveer 31 g
- āā en ān: en ānn = ana (Gr.) neem van elk evenveel
- man: = manupulus = een handvol
- ß = ½ van de gegeven hoeveelheid


