Opnieuw valt me in de berichten van de opperstuurman de wonderlijke verbuigingen ‘mieken’ en ‘miek’ op. In het eerste deel gaat het om het schoon ‘mieken’ van het schip onder water. In het tweede deel ‘miek’ men ‘onder de ballast in het ruim’ – het zal steeds om schoon maken gaan. Waarbij ‘miek’ de verleden tijd is, ‘maakte’. Pruimelaar kwam uit Middelburg. Is dit Middelburgs?
Bedankt Anneke!
Opnieuw valt me in de berichten van de opperstuurman de wonderlijke verbuigingen ‘mieken’ en ‘miek’ op. In het eerste deel gaat het om het schoon ‘mieken’ van het schip onder water. In het tweede deel ‘miek’ men ‘onder de ballast in het ruim’ – het zal steeds om schoon maken gaan. Waarbij ‘miek’ de verleden tijd is, ‘maakte’. Pruimelaar kwam uit Middelburg. Is dit Middelburgs?
@Pim, Het Zeeuwse dialect kent zoals het Nederlands een aantal sterke werkwoorden. Het Zeeuws kent zelfs werkwoorden die sterk zijn terwijl ze dat niet zijn in het Nederlands, bijvoorbeeld; maken. De Zeeuwse verbuiging van maken in de VT wordt nog steeds gebruikt. De opperstuurman gebruikt wel vaker Zeeuwse woorden. Hier vindt u meer informatie over Zeeuwse dialecten: http://zeeuwswoordenboek.nl/zeeuwse-spelling . De sterke werkwoordvorm van maken (VT: miek) komt ook in het Vlaams voor: http://www.vlaamswoordenboek.be/definities/term/miek . Ook elders in ons land wordt het werkwoord maken als sterk werkwoord verbogen: http://books.google.nl/books?id=7ot6zBLAptQC&pg=PA79&lpg=PA79&dq=maken+miek+gemaakt&source=bl&ots=a-96eFZLY9&sig=RHIhgWOaty_1iKoVG7Qi379HeeI&hl=nl&sa=X&ei=3bwmVInPGIfSaIO2gng&ved=0CC8Q6AEwAg#v=onepage&q=maken%20miek%20gemaakt&f=false