’s Morgens buijege lugt, met begin van de dagwagt met begin van de ebbe ligten anker en gaan onder zeijl, de wind oost labber en gemiddeldt bramzeijlcoelte en om 7 ueren raakten op de bank aan de grondt op 9 voet moddergrondt, hadden ’t Crabbeneijlandt Z van ons, na gissinge 1½ mijl, voormiddag goedt weer, namiddag om half vijf ueren ligten anker en gaan onder zeijl, de windt NOtO gemiddeldt marzeijlcoelte, goedt weer, passeerden de diepte van 11 tot 9 voet en weer dieper, met zonsondergank hadden de diepte van 15 voet en ’t eijlandt ZtO na gissing 3 à 3½ mijl en met de 6 De lengte van de wachten werd aan de hand van zandlopers gemeten. Elke wacht bestond uit 8 glazen van een half uur, aangegeven door een bel.glasen in de platvoetwagt quamen ten anker op 4½ 1 vaam = 6 voet (170 cm)vaam stickgrondt, ’s nagts de windt NOtO à ONO stijve coelte tot ’s morgens.

