’s Morgens regenagtig, bragten den overleden slaaf en leijden hem in ’t bos, voormiddag met begin van de vloedt ligten anker en dreven en boegseerden op, namiddag met hoogwater kwamen ten anker op 4 1 vaam = 6 voet (170 cm) vaam moddergrondt, voordts door den dag goedt weer, in de eerste wagt regenagtige lugt, met begin van de vloedt ligten anker en dreven en boegseerden op en met hoogwater quamen ten anker op 3 vaam zandt, voordts dikke lugt tot ’s morgens.

