Trajecten van de reis

Twee zieken

Den 1 dito klaagde mij Pieter Geerolf, geboortig van Middelburg in Zeeland, sijnde ondertimmerman maar door ’t versterven van sijn maat oppertimmerman geworden. Dese persoon had mede met sijn maat aan ShamaGhanaChama aan de wal geweest om de sloep te repareren, had mede veel palmwijn gedronken, alhoewel genoegsaam door de capteyn verboden, waardoor met een derdedaagse koorts; malaria febris tertiana aan boort quam met sterke pijn in ’t hooft en een oedeemwaterzucht swaare oedema in de beenen ’tgeen sig tot in de buik sette, waardoor ’t scheen alsof een volkomen waterzugt daarop soude volgen, ordonneerde enige reisen ’t poeder van jalappawortel pulvis jalappae, ook ’t pulvis jalappae ℈ II, gember zincibe ℈ I, waardoor de buik veel dunder wierd, liet hem ook enige reisen fomeeren door ’t braakwortelpulvis hijpocacuana, waardoor beter wierd, voor de koorts ordonneerde (voorsch. 18), waardoor die agterbleef lag een trekpleister vesicatorium in de nek, alsmede agter de ooren, gaf hem vervolgens van de puppa (voorsch. 19), waarvan ’s morgens en ’s avonts een romertje dronk.

Den 1 dito klaagde mij Jacobus Duinkerken, mattroos van Middelburg, over buikloop, bevond een disenteria te hebben, tragte ’t lighaam te suiveren door een fometijf braakwortelpulvis hijpocacuana ℈ II, gaf hem daarop een sagte laxans (voorsch. 20), ordonneerde vervolgens om de buikloop te stillen (voorsch. 21) waarvan hem ’s morgens en ’s avonts van ʒ I tot ʒ II ingaf.

 

Voorschrift 18

R/ Misce fac pulvis [meng en maak een poeder].

  • Sal cardui benedicti [zout met extract van gezegende distel]
  • [Sal] absinthii [zout van absint]: ana ℈ I
  • [Sal] nitri [salpeter]: ℈ II

 

  • ℈ scrupel = 20 grein, dus ongeveer 1,3 g

 

Voorschrift 19

R/ Fac infusion [maak tot aftreksel].

  • Radix: gentiana [gentiaanwortel]: unciam unam
  • Centaurea minor [jonge centaurie]
  • Absinthii vulgaris [gewone absint]: ana manupulum unam
  • Salvia [salie]
  • Folium cochleariae hortensi [lepelblad]: manupulos duos

 

  • āā en ān: en ānn = ana (Gr.) neem van elk evenveel
  • man: = manupulus = een handvol

 

Voorschrift 20

R/ Misce fac pulvis [meng en maak een poeder].

  • Radix rhei tosti [wortel van gebrande rabarber]: ℈ II
  • Nuces moscatae [nootmuskaat, bij dysenterie]: ℈ ß

 

  • ℈ scrupel = 20 grein, dus ongeveer 1,3 g
  • ʒ drachme = 3 scrupel, dus ongeveer 4 g
  • ß = ½ van de gegeven hoeveelheid

 

Voorschrift 21

R/ Misce fac conditum [meng en maak een stroperig drankje]: doses ʒ I tot ʒ II.

  • Conserva rosarum rubrarum [rozenbottelconserve, tegen scheurbuik]: ℥ ß
  • Diascordium Fracastorii [opiumbevattend kruidenmengsel als likkepot volgens Girolamo Fracastoro, Hieronymus Fracastorius (arts in Trente, 15e/16e e.)]
  • Balzamum copaivae [balsam van een bepaalde Surinaamse houtsoort, bij syfilis]: ana ʒ III
  • Pulvis cornu cervi [poeder van hertshoorn]
  • Sanguis draconis [drakenbloed, rode hars van vermoedelijk wordt hiermee de drakenbloedboom bedoeld doemonorops propinquus]: ana ℥ ß
  • Laudanum opiatum [opiumdruppels, pijnstillend]: gr: III
  • Oleum menthae [muntdokter]: Gutta, mv. guttaedruppel guttae V

 

  • ʒ drachme = 3 scrupel, dus ongeveer 4 g
  • ℥ uncia = ons = 8 drachmen, dus ongeveer 31 g
  • ß = ½ van de gegeven hoeveelheid
  • āā en ān: en ānn = ana (Gr.) neem van elk evenveel