Adriaan de Puit hersteld

West-Afrika

Journaal chirurgijn

Den 18 dito klaagde mij Arriaan de Puit, derde waak, van Ter Goes geboortig, over pijn in de zijde alsmede in de buik, gaf hem ’t mixtura sudorificans (voorsch. 2), dede mede een aderlatingvenasectio doordien jong en volbloedig was, maar van geen voordeel doordien de pijn bijbleef, bemerkte doen alsdat hij sterck met wormen beset was, gaf hem een laxeermiddelpurgans, poeder van jalappawortelpulvis radicis jalappae ʒ I alsmede naderhand een poeder van braakwortelvometijf pulvis hijpecocuana ʒ I, raakte een considerable lange worm quijt, tusschen de drie en vier vademen lang, sijnde nog afgebroken, de pijn verligte wel eenigsints maar quam gedurig weder, gaf hem weder een laxeermiddelpurgans als voornoemt, waarop hij weder een worm quitgeraakte, gaf hem doe van de puppa (voorsch. 11) waarvan ’s morgens en ’s avonts een romertje van innam waaronder aftreksel van absint’t tinctura absinthii et alcoholisch aftreksel van saffraan, aloë en mirre volgens Paracelsuselixir proprietatis gebruikte, loste wederom een worm, vervolgens gaf aan hem nog een purgans zooals voorsch. waarna hem blad van senna’t folium sennae als een aftrekselinfusio liet gebruiken en was wederom den 12 december volkoomen herstelt.