Close

Cornelis de Hond beter

Journaal chirurgijn

Den 2 dito klaagde mij Cornelis de Hond, mattroos geboortig van de Willemstad, was braakagtig, had mede een intermitterende koorts; infectieziektefebris intermittens, had swaare pijn in ’t hooft, gaf hem mede van de pillen (voorsch. 10), ordonneerde doen van ’t mixtura (voors. 24) waarvan hem om de twee uuren een lepelvol ingaf en dewijl seer dorstig was, liet hem doen een phitisana koken (voorsch. 14), bleef nog braakagtig, gaf hem doen ’t pulvis hijpecacuana ℈ II, waardoor ’t braken en al de toevallen agterbleven en was den 14 september weder herstelt en nam sijn dienst waar als vooren.