’s Morgens en voormiddag goedt weer, stuerden volk na ’t bos om brandthoudt te cappen en stouwden stoeijden suijkervaten weg, namiddag travatige lugt met donder en weerligt, ons capiteijn quam aan ’t fordt, voordts ’s nagts travatig met donder en weerligt en ook regen tot ’s morgens.

