’s Morgens de windt van ’t WNW tot Z meest doodtstil, met de De lengte van de wachten werd aan de hand van zandlopers gemeten. Elke wacht bestond uit 8 glazen van een half uur, aangegeven door een bel.3 glasen wenden om de west, zagen 4 zeijlen die met ons lagen, voormiddag de windt Z van labber tot stijve Zeil waarbij de reven twee keer zijn ingenomen om het zeiloppervlak te verkleinen.dobbelgereefde marzeijlcoelte met modtregen, Manoeuvre om een zeil ten dele in te nemen door er een rif of reef in te steken en zo het zeiloppervlak te verkleinen ten einde het aan te passen aan de kracht van de wind.staken ’t 2de rif weer in de marzeijlen, op de middag was onse gegiste gekoppelde coers en verheijdt van ’t etmaal ZWtZ½Z 11½ mijl, komt op de gegiste NB van 48°9′ langte 8°6′, bevonden NB 47°43′, namiddag nog aannemende coelte, met de 4 glasen in de platvoetwagt namen de fok in, eerste en hondewagt de windt Z tot storm en hooge zee, met de 4 glasen in de hondewagt mieken ’t grootzeijl vast en lieten ’t zonder enig zeilvoor top en takel leggen van storm en swaar weer, wij cregen op dato zooveel water in ’t schip dat wij wel meer als 300 pompslagensteken moesten pompen in den tijt van 4 ueren of een wagt om lens te hebben en de Kraag van geteerd zeildoek die rond een opening werd gespijkerd om het binnendringen van lek-, buis-, regenwater te beletten.broeke van ’t roer stampten los zoodat wij daar veel water in de constabelscamer cregen, verlooren ook onse onderspier aan stuerboor en 2 lantarens, zoo tot ’s morgens.


