’s Morgens met begin van de dagwagt stuerden de boodt om water, setten stengewandtstagen en bakstagen aan, goedt weer, de windt landig, voordts door den dag goedt weer en stilte, in de platvoetwagt kwam de boodt met water aan boordt, stuerden dezelve weer om water, zoo ’s nagts goedt weer tot ’s morgens.

