’s Morgens stuerden de boodt met Goederenhandelslading (cargazoen) van de Eenigheid goedt en om water na de wal, met begin van de voormiddag cregen een swaar travaat uijt ’t ONO met een stijve couwe en donder en weerligt en een weijnig regen, sloegen een (water)vat in onderdelenschoof op en een panewerks vat, voordts door den dag een betrokke lugt, ’s avondts en ’s nagts als vooren, cogten een manslaaf, zoo tot ’s morgens.
Waaruit bestond de handelslading van de Eenigheid?
Waar kocht de kapitein de meeste tot slaaf gemaakte Afrikanen?

