’s Morgens en voormiddag de windt W tot ZZW labber coelte, travatige lugt, zagen een Een zeilschip met drie of meer masten waarvan alle masten, behalve de achterste, vierkantgetuigd zijn berck in ’t WZW van ons, stuerden de boodt om water en mieken schoon tussendecks en in de schans, sloegen een (water)vat in onderdelen schoof op, namiddag de windt ZW labber coelte, goedt weer, ons capiteijn quam aan boordt en waren claar om te vertrekken, voordts ’s avondts en ’s nagts de windt ZW labber en gemiddeldt bramzeijlcoelte, goedt weer tot ’s morgens.

