Door den dag goedt weer, peckten buijten ’t schip een gank boven ’t berghoudt en onder de latrines huijsjes, gaften ’t schip een dasje, kregen 6 canoos water aan boordt, sloegen 2 (water)vat in onderdelen schooven op, leijden 2 watervaten in ’t groodt luijk, kogten een vrouwslaaf No. 4, voordts ’s nagts de windt ZW, gemene coelte, goedt weer tot ’s morgens.


