’s Morgens de windt NW labber coelte, goedt weer, hooge zee, sloegen de bezaan af om te verstellen, voormiddag de windt ZZW gemiddeldt bramzeijlcoelte, mieken schoon tussendeks en in de schans, namiddag de windt ZZW stijve coelte, hooge zee, met de 6 De lengte van de wachten werd aan de hand van zandlopers gemeten. Elke wacht bestond uit 8 glazen van een half uur, aangegeven door een bel. glasen dregden ’t stopanker, wij lieten ’t tuijanker vallen, sloegen een (water)vat in onderdelen schoof op, Het met een soort hars bestrijken van de rondhouten van een schip harpuijsden de blinde raas en blokwerck, voordts ’s avondts en ’s nagts de windt ZW frisse coelte tot ’s morgens.


