’s Morgens de windt O, met den dag ligten ankers en gaan onder zeijl, voormiddag de windt ONO gemiddeldt bramzeijlcoelte, goedt weer, op dato is er een manslaaf overleden, No. 26, op de middag zagen een hoek in ’t ZWtW van ons, namiddag met de De lengte van de wachten werd aan de hand van zandlopers gemeten. Elke wacht bestond uit 8 glazen van een half uur, aangegeven door een bel. 8 glasen hadden den hoek Z, zagen 2 groote gaten of rivieren die ineen schooten, stuerden WNW, cregen de diepte van 3 1 vaam = 6 voet (170 cm) vaam, met de windt NO stijve marzeijlcoelte, travatig, sprengden met limoensap limoenzop tussendecks en in de schans, met zonsondergank quamen ten anker op 4½ vaam stickgrondt, voordts ’s nagts de windt NO tot labber coelte, ook goedt weer tot ’s morgens.

