’s Morgens stil, met den dag setten de sloep uijt en storden vaten met zoudtwater in ’t ruijm, op dato quam surgijn-majoor aan boordt met een vaartuijg om onse slaven te visenteeren en wierden terstondt gevisenteerdt, wij lugten zeijlen en ons capiteijn ging met de surgijn-majoor van boord na booven, namiddag sloegen ons groodtzeijl af en met begin van de vloedt ligten anker en zeij[l]den en dreven op na boven en in de platvoetwagt met de De lengte van de wachten werd aan de hand van zandlopers gemeten. Elke wacht bestond uit 8 glazen van een half uur, aangegeven door een bel. 6 glasen is er een manslaaf overboordt gesprongen en wij hebben hem niet meer gezien zoodat wij denken dat hij verdronken is, No. 29, met hoogwater quam ten anker op de diepte van 12 voet, sagte moddergrondt, voordts ’s nachts goedt weer, doodtstil tot ’s morgens.

