Close

Matroos hersteld

Journaal chirurgijn

Den 26 dito klaagde mij Abraham Camphuis, geboortig van der Goes, mattroos, over pijn in de zijde, haalde beswaarlijk sijn adem, hoeste sterk, bevond weinig koorts, deed hem een aderlatingvenasectio van een ons of agt, lag hem verders op de pijnlijke zijde pleister met labdanum, een soort hars, en komijn’t emplastrum de labdano et cumino, gaf hem verders ’t julapium (voorsch. 9) waarvan hem alle uuren een warm teekopje ingaf, liet hem ook van ’t aposema (voorsch. 7) drinken en was wederom den november1 october herstelt en nam sijn dienst als vooren wederom waar.