’s Morgens en voormiddag de windt WZW labber coelte, met de 4 De lengte van de wachten werd aan de hand van zandlopers gemeten. Elke wacht bestond uit 8 glazen van een half uur, aangegeven door een bel. glasen in de voormiddag ligten anker en gaan onder zeijl, namiddag de windt ZW gemiddeldt Een matig windje, waarbij de schepen, bij den wind zeilende, bramzeilen kunnen voeren.bramzeijlcoelte, goedt weer, met de opzetten van de eerste wagt kwamen ten anker op 21 1 vaam = 6 voet (170 cm) vaam stickgrondt, voordts ’s nagts stil tot ’s morgens.

