’s Morgens travatig de windt ZO labber coelte, met zonsopgank deden een schoodt en ’t voormarzeijl los, voordts door den dag de windt OZO ook Z labber coelte, cogten een manslaaf, No. 6, voordts en ’s nagts travatig met donder en weerligt en een weijnig regen tot ’s morgens.

