N. 28
Den 7 dito overleed een vrouslaaf, sij was eenige tijt lang over ’t gehele lighaam met een swaare hijdrops beset, was swaar aan ’t scheurbuikschorbut, waarop afgang volgde, ja soo dat de spijse haar onverteert afging [in marge:] lienteria, gebruikte dagelijks ’t collutio oris om de mond te wassen (voorsch. 2), ook gebruikte tegens ’t scheurbuik van ’t mixtura antischorbutica (voorsch. 1) waarvan haar tweemaalen ’s daags ingaf, gebruikte mede een sagte laxans (voorsch. 13), waarna aan haar van de bolus (voorsch. 14) ingaf driemaal ’s daags een ℈ß, maar alle middelen vergeefszijnde en tot nog toe geen verversing konnende bekoomen, overleed op voornoemde dato. Sij was mede moeder van een klein kint dat nog suigende was, na gedagten anderhalf jaar out, ’t kint was ook volkomen uitgeteert dewijl ’t sog van de moeder ’t kint ook quaatsappig had gemaakt en ’t van den borst niet was te houden.
Voorschrift 2: Hiermede tweemalen ’s daags de mond gewassen, is een heerlijk middel tegens ’t scheurbuik in de mond, telkens de mond wel uitgespoelt.
R/ Misce fac collutio oris [mix en maak een mondspoeling]
- Elixir proprietatis Paracelsi [alcoholisch aftreksel van saffraan, aloë en mirre volgens Paracelsus, o.a. tegen scheurbuik]
- Succus [de] limonibus [limoensap]: ana ℥ I
- Mel rosarum [honing van rozen]: ʒ II
- Alumen crudi [aluin, bloedstelpend, tegen zweren]: ʒ II
- Spiritus cochlearia [spiritus van lepelblad]: ʒ IV
- ℈ scrupel = 20 grein, dus ongeveer 1,3 g
- ʒ drachme = 3 scrupel, dus ongeveer 4 g
- ℥ uncia = ons = 8 drachmen, dus ongeveer 31 g
- āā en ān: en ānn = ana (Gr.) neem van elk evenveel
- ß = ½ van de gegeven hoeveelheid
Voorschrift 1: Hier tweemaalen ’s daags een half kroesjevol van ingegeven tegens scheurbuik.
R/ Misce fac mixtura antischorbutica [meng en maak een mengel tegen scheurbuik]
- Vinum album [witte wijn]: ℥ VI
- Oculi cancri [kreeftsogen, concrementen uit de maag van rivierkreeften]: ʒ I
- Antimonium diaphoreticum: [zweetdrijvend middel]: ℥ ß
- Sal prunellae [prunellezout, gesmolten salpeter]
- [Sal] ammoniae pulvis [ammoniumchloridepoeder, salmiak]: ana ℈ II
- Diascordium Fracastorii [opiumbevattend kruidenmengsel als likkepot volgens of Hieronymus Fracastoriuseen arts in Trente, 15e/16e eeuw Girolamo Fracastoro]: ʒ I
- Spiritus cochlearia [spiritus van lepelblad]: ℥ I
- Spiritus nitri dulcis [spiritus aetheris nitrox, ethylnitriet]: ʒ I
- ℈ scrupel = 20 grein, dus ongeveer 1,3 g
- ʒ drachme = 3 scrupel, dus ongeveer 4 g
- ℥ uncia = ons = 8 drachmen, dus ongeveer 31 g
- āā en ān: en ānn = ana (Gr.) neem van elk evenveel
- ß = ½ van de gegeven hoeveelheid
Voorschrift 13
R/ Misce fac pulvis ad disenteriam [meng en maak een poeder tegen dysenterie]
op een reijs ingenoomen.
- Radix rhei tosti [wortel van geroosterde rabarber]: ℈ II
- Nuces moscatae [nootmuskaat, bij dysenterie]: ℈ ß
- ℈ scrupel = 20 grein, dus ongeveer 1,3 g
- ß = ½ van de gegeven hoeveelheid
Voorschrift 14: ’s daags driemaal in een disenteria, lienteria en alle soorten van quaataardige lopen nadat eerst ’t lighaam gesuivert is.
R/ Misce fac bolus [meng en maak een vettige substantie], de groote van een notemuscaat,
- Conserva rosarum rubrarum [rozenbottelconserve, tegen scheurbuik]: ℈ II
- Crocus martis adstringens [soort saffraan]
- Cornu cervi usti [gebrande hertshoorn]
- Sanguis draconis [drakenbloed, bloedstelpend]: ana ℈ß
- Laudanum opiatum [opiumdruppels, pijnstillend]: gr: II
- Oleum menthae [muntolie]: gt. = gutta, mv. guttaedruppelguttae V
- gr. = grein is ongeveer 65 mg
- ℈ scrupel = 20 grein, dus ongeveer 1,3 g
- āā en ān: en ānn = ana (Gr.) neem van elk evenveel
- ß = ½ van de gegeven hoeveelheid





