Close

Een tot slaaf gemaakt meisje overlijdt

Journaal chirurgijn

N. 17

Junij, een meijsje slaaf, altoos mager en schraal zijnde, konde niet beter zien of had een uittering, doordien sij als een geraamte wierd, klaagde noeit, at en dronk seer wel, liet haar somtijts laxerenpurgeeren, gaf haar dagelijks ’t elixir alcoholisch aftreksel van saffraan, aloë en mirre volgens Paracelsusproprietatis, maar vreesde doen voor buiklooploslijvigheijt, ordonneerde doen voorsch. 7, waarvan haar dagelijks een ℥ ß ingaf, maar geen verandering bespeurende, overleed den 20 dito.

 

Voorschrift 7

R/ Misce fac conditum [meng en maak een stroperig drankje] ’s morgens en ’s avonts ʒ I in een disenteria.

  • Conserva rosarum rubrarum [rozenbottelconserve, tegen scheurbuik]: ℥ I
  • Diascordium Fracastorii [opiumbevattend kruidenmengsel als likkepot volgens Girolamo Fracastoro, Hieronymus Fracastorius (arts in Trente, 15e/16e e.)]: ℥ ß
  • Balzamum copaivae [balsum van een bepaalde Surinaamse houtsoort, bij syfilis]: ʒ VI
  • Sanguis draconis [drakenbloed, rode hars van Doemonorops propinquus, bloedstelpend]
  • Pulvis cornu cervi usti [poeder van gebrande hertshoorn]: ana ʒ III
  • Laudanum opiatum [opiumdruppels, pijnstillend]: gr: VIII
  • Oleum menthae [muntolie]: gutta, mv. guttaedruppelguttae X

 

  • ℈ scrupel = 20 grein, dus ongeveer 1,3 g
  • ʒ drachme = 3 scrupel, dus ongeveer 4 g
  • ℥ uncia = ons = 8 drachmen, dus ongeveer 31 g
  • ß = ½ van de gegeven hoeveelheid
  • āā en ān: en ānn = ana (Gr.) neem van elk evenveel